15 x Buitenspelen in de jaren ’50 en ’60

Als het niet regende speelde je buiten. Buiten had je weinig nodig om je te vermaken, vaak alleen je verbeeldingskracht en wat vrienden. Soms had je wat kleine attributen nodig. Buiten spelen stond voor vrijheid, voor fantasie. Sommige spelletjes overleefden de decennia en werden ook in de jaren 70 en 80 gespeeld. Sommige dingen worden nog steeds op het speelplein gedaan zoals knikkeren. Enkelen zijn gemoderniseerd zoals tollen. Wie heeft de volgende spelletjes niet gedaan?

1. Tikkertje


In de jaren ’50 en ’60 was tikkertje ook al een spel dat kinderen samenbracht op schoolpleinen en in achtertuinen. Iemand was de tikker en moest een ander kind tikken. Er waren diverse varianten bij tikkertje bv dat je als afgetikte aan de kant moest gaan zitten, óf dat je veranderde in een standbeeld in een gekke pose of dat je de tikker vast moest houden, waardoor je een slinger ging vormen.

Het draaide allemaal om snelheid, behendigheid en het vermijden van de ’tikker’ die als een wervelwind achter de anderen aanrende. Het bijzondere was dat er geen fancy technologie of speciale uitrusting nodig was – alleen een open ruimte en een groep vrolijke vrienden.

2. Verstoppertje

Verstoppertje spelen in de jaren ’50 en ’60 had een eenvoud, charme en onschuld die vandaag de dag soms lijkt te ontbreken. Kinderen verzamelden zich in groepen, groot of klein, en speelden het spel in hun tuin, tussen de struiken van een nabijgelegen bosje, in de velden of in de stedelijke steegjes en binnenplaatsen. Het spel vereiste geen speelgoed of uitrusting, alleen een groep vrienden, een beetje creativiteit, en de bereidheid om te rennen en zich te verstoppen.

Een speler, aangeduid als ‘het’, sloot de ogen en telde hardop tot een afgesproken nummer, vaak met het gezicht tegen een muur, boom of een ander vast punt, terwijl de anderen zich haastten om een verstopplaats te vinden. Zodra het tellen voltooid was, riep ‘het’ “Hier kom ik!” en begon de zoektocht. Het doel was om iedereen te vinden en te tikken voordat ze terug konden rennen naar de startplaats, die vaak ‘buut’ genoemd werd.

3. Touwtje springen

Touwtje springen, met een beetje flink touw en draaien maar. Als je een beetje geoefend was, kon je met zijn tweeën tegen elkaar aan springen. Of als je een lang touw had en twee draaiers dan konden de draaiers in iedere hand een touw vasthouden en in tegengestelde richting door elkaar draaien. Het vergde veel coördinatie van de draaiers en van de springers. Als je ‘af’ was, moest je draaien.

Touwtje springen kende in de 20e eeuw piekperiodes van populariteit. Een van de opmerkelijke piekperioden was tijdens de jaren ’40 en ’50. In die tijd werd touwtje springen vaak geassocieerd met schoolpleinactiviteiten en speelplaatsspelletjes voor kinderen, vooral meisjes.

4. Tollen met een zweepje

Lekker tollen en knallen met het stokje met daaraan een touwtje. Het touw wordt om de draaitol gewonden en daarna wordt met een ruk aan de zweep getrokken…daar gaat de zweeptol aan het tollen. En opnieuw… en opnieuw… Dit soort tollen zijn er zelfs nu nog, in de 21e eeuw, kijk hier maar eens.

5. Stelt lopen

Steltlopen, met twee houten palen met een tussenschotje om op te staan. Kijken wie daarop het verst kon lopen. Als je een beetje geoefend was, kon je zelfs trucjes! Het gezicht van een kind dat voor het eerst zonder hulp een paar stappen op stelten zette, of de bewonderende blikken van vrienden terwijl ze een doorgewinterde steltenloper zagen stralen, waren onvergetelijke momenten in de jaren ’50 en ’60.

6. Bokkie springen

In de jaren ’50 en ’60 was “Bokspringen” of “Bokkie springen” een geliefd en levendig spel op schoolpleinen over de hele wereld. De een moest vooroverbuigen en zijn enkels pakken, de ander sprong over je heen. Als dat tenminste lukte. Sommige sukkels spreiden hun benen te weinig en dan kreeg je zo’n been tegen je hoofd. De uitdaging was natuurlijk om met een aanloop zo hoog en ver mogelijk over de ‘bokken’ te springen zonder ze om te gooien.

7. Hoepelen

In de jaren ’50 en ’60 was hoepelen met een stokje voortgeduwd en er zelf hard achteraan rennen een geliefd tafereel op straten en pleinen. Kinderen stortten zich met enthousiasme op deze speelse uitdaging, terwijl ze de hoepel met behendigheid en precisie in beweging hielden. Het was een tijd waarin eenvoudige pleziertjes als deze een glimlach op ieders gezicht toverden, en waarbij de snelste renner met het stokje triomfeerde in een wereld vol onbezorgde vreugde.

8. Hinkelen


In de nostalgische jaren ’50 en ’60 was het op één been een heel parcours afleggen een populaire bezigheid op schoolpleinen overal ter wereld. Het was niet alleen een spel, maar ook een manier om evenwicht en coördinatie te oefenen. En voor de durfallen onder ons was er de uitdaging van hinkelen op je ‘mindere’ been, wat zorgde voor hilarische struikelpartijen en onverwachte wendingen in het parcours. Het was simpel vermaak met een vleugje competitie, waarbij iedereen kon deelnemen en plezier beleven.

9. Elastieken

In de opwindende jaren ’50 en ’60 was elastieken een favoriet tijdverdrijf voor meisjes over de hele wereld. Een opvallend feitje is dat dit speelse spel eigenlijk al sinds de jaren 1600 bestaat, oorspronkelijk bekend als “Chinese ropes.” Het overleefde de tand des tijds en bleef in de jaren ’60 net zo populair als altijd, met een beetje stevig elastiek om je enkels (vaak afkomstig van oude onderbroeken) en maar springen en figuren maken. De kunst was niet in de knoop te raken en zo te vallen.

10. Stoepranden

Stoepranden is een straatspel dat vooral in de jaren ’50 en ’60 in Nederland erg populair was. Dit spel werd gespeeld in de rustige straten en woonwijken waar kinderen nog veilig op straat konden spelen, een beeld dat typerend was voor het naoorlogse tijdperk. Het spel vereist weinig meer dan een bal en de stoepen van een straat, waardoor het een toegankelijk en geliefd tijdverdrijf was voor kinderen uit die tijd.

De essentie van stoepranden is eenvoudig: twee spelers of twee teams staan tegenover elkaar op de stoep aan weerszijden van een straat. Het doel is om de bal op de stoeprand van de tegenstander te gooien zodat deze terugkaatst naar de gooier. Punten worden gescoord als de bal, na het raken van de stoeprand, terugkomt en gevangen kan worden zonder dat deze de grond raakt. De afstand tussen de spelers, gecombineerd met de noodzaak om zowel nauwkeurig te gooien als behendig te vangen, maakte stoepranden tot een uitdagend en competitief spel.

11. Schipper mag ik overvaren?

“Schipper mag ik overvaren?” is een traditioneel Nederlands kinderspel dat al generaties lang bekend is. Het spel wordt gekenmerkt door zijn eenvoud en het feit dat het weinig tot geen materiaal vereist, wat het door de jaren heen een favoriete keuze maakte voor buitenspelen. Hoewel het moeilijk is om een specifiek decennium aan te wijzen waarin “Schipper mag ik over varen?” het bekendst was, aangezien het spel al vele decennia een vast onderdeel is van de speelcultuur, kunnen we wel stellen dat het spel bijzonder populair was in de periode van de jaren ’50 tot en met de jaren ’80.

Er waren twee ‘kades’ voor nodig en iemand die in het midden stond. Dit was de schipper. Vervolgens lekker luid zingen: ‘Schipper, mag ik overvaren? Ja of nee? Moet ik dan nog geld betalen? Ja of nee?’ De schipper bepaalde dat iedereen naar de overkant mocht die bv een zwarte muts ophad of achteruit kon hinkelen. Als je dat niet had of kon, moest je zorgen dat je zo snel mogelijk naar de overkant kwam anders kon de schipper je tikken.

12. Vliegeren

Vliegeren is zo’n tijdloze activiteit die mensen al eeuwenlang beoefenen. In Nederland, net als in veel andere delen van de wereld, is vliegeren een populaire buitensport die vooral in de lente en zomer, wanneer de wind gunstig is, veel wordt beoefend. Hoewel het moeilijk is om een specifiek decennium aan te wijzen waarin vliegeren op zijn piek was, omdat de populariteit van vliegeren door de jaren heen vrij consistent is gebleven, kunnen we wel stellen dat vliegeren door de decennia heen een geliefde activiteit is gebleven, ook in de jaren ’50, ’60, ’70, en daarna.

13. Blikspuit

Blikspuit, ook bekend als blikkie trap, is een traditioneel spel dat in verschillende vormen over de hele wereld gespeeld wordt, maar een bijzondere plek heeft in de Nederlandse speelcultuur. Het is een variant van verstoppertje en tikkertje, maar met een unieke twist door het gebruik van een blik als centraal element. Hoewel het moeilijk is om een specifiek decennium aan te wijzen waarin blikspuit het populairst was, genoot het spel grote populariteit vanaf de jaren ’50 tot ver in de jaren ’80, in een tijd waarin buitenspelen nog een belangrijk onderdeel was van het dagelijkse leven van kinderen.

14. Stuiterballen

Tussen de wederopbouw van het land en de opkomst van nieuwe welvaart ontdekten kinderen de magie van een klein, hard rubberen object: de stuiterbal.

Deze eenvoudige speelkameraad, vaak in felle kleuren en met een onvoorspelbaar karakter, werd het middelpunt van talloze spelletjes op de stoepen, in de speeltuinen en op de schoolpleinen door heel Nederland. Het spel met de stuiterbal had geen regels nodig; de uitdaging lag in het meesterschap over de bal zelf. Wie kon de bal het hoogst laten stuiteren? Wie kon een reeks van stuiterende trucs uitvoeren zonder de bal te laten ontsnappen?

De stuiterbal was een symbool van de naoorlogse generatie, een generatie die opgroeide in een tijd van herstel en hoop. In een tijdperk waarin speelgoed nog niet werd gedomineerd door elektronica of plastiek, bood de stuiterbal een vorm van puur, ongecompliceerd plezier. Het was een speelgoed dat geen batterijen nodig had, niet kon breken en geen handleiding vereiste. Het enige wat het nodig had, was de creativiteit en energie van een kind.

15. Waterballonnengevecht

Een van de meest geliefde zomeractiviteiten was ongetwijfeld het waterballonnengevecht, een spel waarbij zowel de strategie als de spontaniteit van het kinderspel prachtig samenvloeiden.

Met de zon hoog aan de hemel en de straten gevuld met het vrolijke geroezemoes van de buurt, verzamelden kinderen zich gewapend met kleurrijke waterballonnen. Deze simpele rubberen ballonnen, gevuld tot de rand met water, werden het middelpunt van een vrolijk en verfrissend gevecht tegen de zomerhitte.

De voorbereiding was al een avontuur op zich. Het vullen van de ballonnen aan de kraan of met de tuinslang, het voorzichtig knopen van de nekjes om het kostbare water binnen te houden, en dan de tactische beslissing waar en hoe de voorraad te verbergen voor de tegenstander. Elk kind had zijn eigen techniek, en elk waterballonnengevecht bracht nieuwe verhalen en legendes voort.


Terwijl de jaren ’50 en ’60 de basis legden voor veel buitenspelactiviteiten zoals het waterballonnengevecht, knikkeren, touwtjespringen, en verstoppertje spelen, bleven deze spelletjes ook in de daaropvolgende decennia een belangrijke rol spelen in de kindertijd. Ondanks de opkomst van de televisie en videospelletjes, behielden deze tijdloze activiteiten hun aantrekkingskracht.

Desondanks vonden kinderen ook in de jaren ’70 en ’80 nog steeds hun weg naar buiten om te genieten van de vrijheid en het plezier dat deze eenvoudige spelletjes boden. Waterballonnengevechten werden bijvoorbeeld verrijkt met nieuwe tactieken en hulpmiddelen, zoals plastic schilden of zelfgemaakte katapulten, die de spelervaring intensifieerden zonder af te doen aan de essentie van het spel.

Tegelijkertijd introduceerde elke generatie nieuwe spelactiviteiten die de geest van hun tijd weerspiegelden. In de jaren ’80 en ’90, bijvoorbeeld, werd de opkomst van de skateboardcultuur en BMX-fietsen een nieuw terrein voor avontuurlijke buitenspelen, terwijl de eerste draagbare elektronische spelletjes zoals de Game Boy een nieuwe dimensie toevoegden aan hoe kinderen (steeds meer binnen) speelden en interactie hadden.

Welk spelletje heb jij het meest op het schoolplein gespeeld?

Fotocredits
Thumbnail afbeelding: gemaakt met DALL-E
Overige blog afbeeldingen: gemaakt met Canva

Delen, graag!
Suus van Soomeren
Suus van Soomeren

Ik ben Suus van Soomeren, co-hoofdredacteur van Nostalgify. Ik ben een historische speurneus en liefhebber van oude films en muziek.
Samen met Mark van Soomeren koesteren wij onze liefde voor de jaren '50, '60, '70, '80 en '90 en onze missie is om die nostalgische gevoelens van vroeger te delen.

Vind je onze content leuk, steun ons dan via deze pagina

Daarnaast ben ik schrijfster. Inmiddels heb ik twee boeken geschreven Hemels (On)Geluk: een boek over de jongeman Flynn die denkt dat hij het gelukkigst is als hij alleen is, totdat De Dood per vergissing bij hem aanklopt en zijn leven overhoop gooit.
Mijn eerste boek was Ben ik nou gek? een boek over een jonge vrouw die met een postnatale depressie in een psychiatrisch ziekenhuis beland tussen rare snuiters en nog gekkere doktoren. Meer lezen: www.suusvansoomeren.nl

| Deel, like, abonneer - bedankt! 😊💖🙏

Artikelen: 21

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *